Museum de Kijkzolder.


TENTOONSTELLING

Een impressie van aantal aspecten van ons museum




De heiligenbeelden.




De heiligen hebben in het leven van christenen en in hun gezinsleven een grote rol gespeeld. In ieder huis stond altijd wel een heilig Hartbeeld en een beeldje van Maria. Er brandde een kaarsje, of een elektrisch lampje met een flakkerend kruisje erin. Daarnaast waren er vele heiligen op wiens bescherming werd gehoopt. Soms stonden  er meerderen op de kast, bij wijze van een huisaltaar, vaak onder een glazen stolp. Gaandeweg hebben we een buitengewone collectie van  die beelden bij elkaar gekregen. De H. Antonius, Gerardus van Wittem, Franciscus, de H. Theresia, Sint Jozef en Maria. Al die beelden getuigen van de diepe verweven-heid van het dagelijks leven met geloof en godsdienst. Wie zo naar deze beeldenrij kijkt, en daarom stellen wij ze ten toon, ziet de wereld opengaan van de rijkdom van het kerkelijk leven.



De bidprentjes




De geschiedenis van het bidprentje begint al in de in het midden van de XVIIde eeuw,en is begonnen in de Nederlanden. Op gewone heiligen-prentjes werd met de hand een "in memoriam" geschreven bij het overlijden van een vooraanstaand persoon. De oudste bidprentjes met gedrukte tekst zijn bijna zonder uitzondering Amsterdamse drukken. We mogen dan ook veilig aannemen, dat ze van oorsprong uit deze stad afkomstig zijn. Het zijn vaak fraaie voortbrengselen van de Antwerpse plaatsnijdersschool. Er zijn exemplaren onder te vinden uit het jaar 1730.

De afbeelding hiernaast, een gravure van Char Neel voorstellend de apostel St. Thomas, is een bidprentje uit 1824, met de hand beschreven.


Het oudste bidprentje uit onze collectie is van december 1790. Een prachtige gravure van Michiel Bunel "Via hunilitatis en patientiae" voorstellend een Jesusfiguur, die met Kruis- en Lijdensattributen in een soort natuurpark loopt. Op de achterzijde staat gedrukt "Bid voor de ziel van zaliger VROUWE MARIA BLESEN, huisvrouw van de heer MR. DENIS ADRIEN ROEST VAN ALKEMADE. Overleden den 8ste December 1790, in Amsterdam. R.I.P."


Omstreeks het jaar 1850 verschijnen de eigenlijke doodprentjes zoals wij die nu kennen; zwart omrand (de vroegste met kantwerk) en overladen met siermotieven. Ook gekleurde doodprentjes komen reeds voor, evenals gegraveerde portretprentjes. De meeste uit die tijd zijn gedrukt in Parijse ateliers.
Het doodprentje of zoals wij dat noemen het bidprentje, heeft een grote genealogische en iconografische waarde. De oudere prenten hebben vaak prachtige afbeeldingen, die uit kopergravures bestonden en goed van detaillering en afwerking waren. ( Aldus Gerard Dieker, Doetinchem).


Het zilver en goud




Om de heilige liturgie te vieren in al zijn aspecten was alleen het beste zilver en goud goed genoeg. Rijkelijk versierde monstransen, gouden kelken, zilveren, rijk bewerkte cibories,  met zilver en gouddraad geborduurde palla's, prachtig linnen met buitengewoon fijn richelieu- en kantwerk, rood- en geelkoperen uitbundige kandelaars, alles, het beste van het beste en het mooiste van het mooiste, hadden gelovigen over voor het vieren van de liturgie. In ons programma "In de Kerk" krijgt u daar het een en ander van te zien.


Het godsdienstonderwijs




De lagere school droeg in hoge mate bij aan de catechetisch- en godsdienstige opvoeding van de kinderen. De kapelaan of de pastoor was er dan wel voor de catechismusles, maar de leerkrachten -zelf helemaal betrokken bij kerk en geloof- besteedden vele uren aan de gelovige en kerkelijke vorming van de leerlingen. Alle liturgische en kerkelijke aspecten beleefden zij met hun klas.  Dat begon al 's morgens vroeg met de dagelijkse H. Mis, zij brachten de kinderen naar de kerk voor de biecht, de eerste communievoorbereiding lag helemaal in hun handen, zij leerden de kinderen over de H. Mis, over de kerkelijke kleding, over de hoogfeesten van het kerkelijk jaar. Daarbij konden ze gebruik maken van heel mooie en bijzondere leermaterialen. In ons museum kunnen wij u daarvan veel mooie objecten laten zien.